FritsEllen 
Geniet vandaag gisteren is voorbij en morgen is je nooit beloofd!

Mijn vader Jachtopzichter, boswachter



Mijn vader was boswachter jachtopziener, tuinman en huisknecht. Hij was een man zoals er veel waren in die tijd die ontzettend opkeek tegen hoger geplaatste mensen in de maatschappij. Hij had niet in de gaten dat zo iemand ook jou nodig heeft om te functioneren. (Haal een klein tandwieltje uit een klok en hij loopt niet meer.) Vaak ging ik mee het bos in met het geweer in de aanslag. Of de uiterwaarden in om te kijken of er stropers of ander onraad was. In de avond en bij slecht weer ook in de nacht was het vaak stik donker en toch wist je precies waar je liep. Je zag dan werkelijk geen hand voor ogen soms. Als we dachten dat er wat loos was en je per ongeluk op een tak ging staan en die dan brak dan kreeg ik meteen een uitbrander want geluid maken was taboe.

Vooral met hoog water als de uiterwaarden ondergelopen waren kwam er nog wel eens een stroper aan wal maar dat duurde meestal niet lang want dan had mijn vader hem al in de kijker. Hij voelde dat aan en thuis was hij dan niet te vinden. Met storm hadden we geen rust en gingen we op pad en kwam het nogal eens voor dat er een boom aan de vlakte ging of de takken ons om de oren vlogen. Ma vond dat maar niets. Spannend was dat altijd wel en ook nu nog word ik onrustig als het stormt. De wind en de striemende kou die soms dwars door je donder ging, regen die gutste langs je gezicht en via je nek doordrong over je rug tot in je onderbroek en door sopte tot in je laarzen. We gingen altijd recht op ons doel af. Dat doe ik ook nu nog want als ik slaap en iets hoor sta ik naast mijn bed en kijk wat er is om eventueel in te grijpen.

We zochten vaak naar strikken die de stropers aan de hekken zetten om die vervolgens weer te vernietigen. We liepen dan met een stok en een tang langs de weiland afzettingen en rissen. 

Soms werden er een paar konijnen of een fazant geschoten die ik naar poelier Eltink in Deventer mocht brengen als ik zakgeld nodig had of als er een schoolreisje was had je ook een paar centen. Bij ons in de buurt was het meer het jachtgebied van mijn vader. Zijn baas maakte daar maar af en toe gebruik van.

Wel gingen ze vaak naar Wesepe,Olst of Diepenveen. Daar hadden we toen vaak drijfjachten en daarvoor gingen we altijd met de landrover naar Olst of Diepenveen bij jachtopzieners Dijkman of Derk Neusink. Dat was nog in een tijd dat er heel veel wild was en je op een dag wel meer dan 200 stuks wild had bij zo'n drijfjacht. Ook werden er in Olst fazanten gefokt speciaal voor de jacht wat eigenlijk niet mag. De heren gingen dan op strategische plaatsen staan. Wel in een bepaalde volgorde, de heren waar de baas het meeste zakelijk belang bij hadden stonden op de beste plaatsen. En er werden dan een aantal fazanten meer vrij gelaten om de zakelijke belangen en het plezier van de schutters wat op te vrolijken. Al konden velen van hen nog geen veer raken op twee meter afstand. Tot verdriet van anderen waarvan je op hun gezicht kon aflezen hoe ze er over dachten. De drijvers gingen op een bepaalde afstand door het bos om het wild op te jagen. Vloog er een fazant op dan riepen ze poele, poele, poele. Bij een fazantenhaan dan werd er cok, cok, cok geroepen. De schutters wisten dan wat er aan kwam en richten hun geweer alvast die kant op. Het opdrijven van wild ging vaak gepaard met het over sloten springen en door bijna onbegaanbare bossen en drassige moerassen te banjeren. Op een keer kan ik mij nog goed herinneren moesten we een eind omlopen omdat het water te hoog in een beek stond. Een van de oudere drijvers onder ons dacht bekijk het helemaal en ging via een boomstammetje over de beek en viel er tot aan zijn nek in, kwam zwemmend naar de kant. Men wilde hem naar huis brengen om droge kleren aan te trekken want het was bar koud op die dag. Hij weigerde resoluut want nat was hij niet geworden zei hij. Ik heb een regenpak aan en laarzen, dus niet nat geworden en hij ging vrolijk verder. Tussen de middag gingen we altijd ergens bij een boer op de deale eten. De vrouw van de boer had dan een heerlijke maaltijd gemaakt. Meestal boerenkool of zuurkool met worst en veel ander vlees. Drank hoorde er dan ook bij natuurlijk. Dat brachten we altijd mee in de land rover. Jenever werd er het meest gedronken daar werd je het snelst weer warm van. Op een dag kregen we op een ijskoude dag tussen de middag boerenkool. Waar ik gek op ben. Ik was koud tot op het bot en stond te trillen op mijn benen. Kreeg een bord boerenkool en dacht, ha lekker daar word ik warm van. Ik nam een hap brande mijn mond en in plaats van het uit te spugen slikte ik het in een keer naar binnen, voelde het branden in mijn slokdarm tot in mijn maag. Kon meteen geen hap meer eten van de pijn. Ik ben het nu nog niet vergeten. De "heren" zaten altijd in de mooie kamer apart. Alle heren jagers kregen na zo'n dag een aantal stuks naar keuze mee naar huis. Als drijver kreeg je dan voor zo'n dag avonturen een envelopje met een paar gulden er in als loon. Van de geschoten fazanten, konijnen en hazen en dergelijke kwam een deel weer bij ons thuis terecht die vervolgens door ons gevilt, geplukt en geslacht moesten worden. Een vast bedrag per haas, konijn of fazant was er niet, vader kreeg wat men er voor over had. Ja, sommige (heren) gaven niets of maar een habbekrats, dan was mijn vader om te knappen natuurlijk. Ze hadden geld zat maar konden geen cent missen. Kniepers waren het zei mijn moeder dan. Ze hadden bovendien ook nog de meeste noten op hun zang. Van een van hen moesten de hazen eerst een week in de grond gegraven worden dan waren ze beter van smaak. De maden zaten er soms al in.

Dat plukken van de fazanten en het slachten van de hazen en konijnen gebeurde in de keuken bij de kachel door mijn vader, moeder en ik zelf ook vaak. De veren dwarrelden alle kanten op en de lange staartveren van de fazanten waren altijd prachtig. Ze werden in een grote vaas gezet. Ze werden meestal weer weg gegeven aan iedereen die er om vroeg. Een konijn en een haas waren zo gevilt en zijn staartje droogde ik dan, je kon er heerlijke zachte sleutelhangers van maken.

Volgende verhaal: Mijn moeder

 

© Frits Stempher


 

E-mailen
Map
Info